Ethiopië november 2016

Naar het Langanomeer en Arba Minch

Tot Mojo rijden we op de enige autoweg die Ethiopië rijk is, een tolweg van 65 km oostwaarts naar Djibouti. Vandaar gaat het naar het zuiden richting Kenia, over een uitgesleten tarmac. Hier heersen de vrachtwagen die hun zware lasten voorttrekken aan een gezapige snelheid. Het snellere personenvervoer slalomt tussen de mastodonten, niet zonder risico, we zien het eerste wrak van een aangereden bus. Wat verder liggen uitgebrande vrachtwagens, in de fik gestoken gevolg door de lokale bevolking, bij opstootjes die uit de hand liepen. Dit is een reactie op de onteigeningen door de overheid.

Langs de baan liggen de serres van de Europese bloem- en aardbeikwekers met daartussen de velden van de lokale boeren. Rond de meren hier is voldoende water om meloenen, tomaten en bonen te kweken.

Aan het meer van Ziway spotten we vogels: pelikanen, maraboes, ibissen. Het visrijke meer trekt veel dieren aan. De kinderen uit de omgeving komen hier zwemmen, schoollopen is blijkbaar niet zo dringend.

In de late  namiddag rusten we uit in de lodge aan het Langanomeer. Dit is het paradijs. De rust is compleet. In het water stoeien vijf nijlpaarden die regelmatig hun gebrul laten horen. Ibissen en pelikanen vliegen af en aan. Een leuke ezel speelt de rol van huisdier en komt naar ons tafeltje op zoek naar suiker. Dit is een totaal ander Ethiopië dan het noorden. Als het donker wordt, behelpen we ons met batterijverlichting, hier is geen elektriciteit of internet, geen krant, geen verkeer ...

's Nachts begint het onbedaarlijk te regenen, de druppels vallen als keien op het golfplaten dak van onze bungalow. Pas tegen de ochtend stopt de zondvloed. De ganse nacht brullen de nijlpaarden.

De wegen zijn nu spiegelglad. Gelukkig rijden we in een 4x4. De vrachtwagens hebben het lastig: slechte remmen, banden zonder profiel in combinatie met het natte wegdek is de ideale cocktail voor uitschuivers. In een afzink ligt een gekantelde vrachtwagen met een lading bonen, errond nog een paar andere gecrashte wagens. De bonensmurrie plakt aan de weg en maakt het nu extra glad.

Ondertussen is het weer gaan regenen. De stofferige aarde tussen de hutten is nu modder geworden, en de nederzettingen bieden een troosteloze aanblik. Kinderen spelen in het bruine water van de nieuw gevormde poelen en stromen, die het afval en de plastic in hun vaart meesleuren. De rivieren staan weer even vol en overal duiken ezeltjes op, beladen met gele bidons om een nieuwe watervoorraad aan te voeren. Ieder nadeel heb zijn voordeel.

We komen in Shashemene, de stad van de rastafari. Hier wonen veel ingeweken Jamaicanen met hun typische kapsel. De rastafari-beweging ontstond onder de zwarte slaven in het Britse Jamaica. Zij hadden gehoord van Ethiopië, een land in Afrika, waar de bevolking vrij was en niet werd uitgebuit door blanken, en met een eigen keizer aan het hoofd. Zij namen de groen-geel-rode kleur van de Ethiopische vlag over in hun kledij en maakten de keizer uit het verre land tot hun god. Een klein deel slaagde erin te emigreren naar Shasheme. Aan hun slavenverleden hebben ze hun aversie voor het blanke ras overgehouden.

Hoogtepunt van de dag is ons bezoek aan de Dorse-stam in de bergen niet ver van Arba Minch. Het is een hechte stam die nog woont volgens de tradities maar wel geïntegreerd is in het 'normale' leven. De kinderen gaan naar school, en ze gaan gekleed als de andere bewoners. Maar ze leven in bijenkorfvormige hutten, samen met hun dieren. De tot 10 meter hoge hutten kunnen verplaatst worden als ze ondergraven worden door termieten. Sommige gaan wel 80 tot 90 jaar mee. Het bestaan van de Dorse is volledig afhankelijk van de vruchtenloze bananenboom die op deze hoogte goed gedijd. De wortels worden gekookt; het binnenste van de stam wordt geraspt en drie maanden vergist tot een soort deeg waarvan ze platte broden bakken; van het sap wordt likeur gemaakt en de bladeren dienen om de hutten waterdicht te maken en als dierenvoer. Niets gaat verloren. We proeven van het brood met dikke zoete honing, een ware delicatesse. Daarna drinken we hun alcohol, een sterk goedje, maar het zou goed zijn tegen maag- en darmproblemen. 

We komen aan in Arba Minch, in onze lodge aan het meer. Het uitzicht over de meren is overweldigend. Van hieruit verkennen we morgen het Chamomeer en Nechisar National park. 

Reacties

Reacties

win

vergeet niet te bidden.....

Nathalie

Heb weer iets bijgeleerd over de Rastafari's :)

Marleen

daarmee heb je toch een remedie voormaag en darm problemen blijven drinken van die alcohol.
Groeten

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!